Gebruik je een autoclaaf? Een autoclaafgebruiker, technicus of operator is effectiever en efficiënter als hij of zij de verschillende stadia van het sterilisatieproces begrijpt. Na het lezen van dit artikel weet je precies hoe een autoclaaf werkt!

Wat is een autoclaaf?

De autoclaaf is in 1879 uitgevonden door Charles Chamberland. Rond die tijd begonnen onderzoekers de voordelen van steriele chirurgie te begrijpen en artsen hadden een betrouwbaardere sterilisatiemethode nodig dan het gebruiken van vuur. De voordelen van de autoclaaf waren al snel duidelijk en het werd een essentieel onderdeel van alle ziekenhuizen en klinieken.

Een autoclaaf wordt gebruikt voor het steriliseren van chirurgische apparatuur, laboratoriuminstrumenten, farmaceutische artikelen en andere materialen. Het kan vaste stoffen, vloeistoffen, holle ruimtes en instrumenten van verschillende vormen en afmetingen steriliseren. Autoclaven variëren in grootte, vorm en functionaliteit. Een zeer eenvoudige autoclaaf is vergelijkbaar met een hogedrukpan; beide gebruiken de kracht van stoom om bacteriën, sporen en kiemen te doden die bestand zijn tegen kokend water en krachtige reinigingsmiddelen.

Waarvoor wordt een autoclaaf gebruikt?

Een autoclaaf steriliseert medische of laboratoriuminstrumenten door ze boven het kookpunt te verhitten. De meeste klinieken hebben een tafelmodel autoclaaf, ongeveer net zo groot als een magnetron. Ziekenhuizen gebruiken grote autoclaven, ook wel horizontale autoclaven genoemd. Ze kunnen talrijke chirurgische instrumenten in een enkele sterilisatiecyclus verwerken.

De optimale samenstelling van stoom in een autoclaaf is 3% vloeibaar en 97% gas. Elke verandering in het percentage vocht verhoogt of verlaagt de sterilisatietijd. In de praktijk wordt de sterilisatietijd berekend op basis van de optimale stoomcondities en het vermogen van de stoom om energie over te dragen naar de niet-steriele belasting voorafgaand aan de sterilisatie. Een van de belangrijkste voordelen van sterilisatie met stoomautoclaaf is immers dat er aanzienlijk minder tijd en warmte nodig is dan een sterilisator met droge warmte, vanwege de capaciteit van stoom om energie over te dragen.

Droge stoom? Natte stoom? Niet in de autoclaaf

Minder dan 3% luchtvochtigheid produceert zogenaamde droge of oververhitte stoom. Deze stoom verhoogt de sterilisatietijd omdat het de energieoverdraagbaarheid vermindert. Oververhitte stoom verlaagt de luchtvochtigheid tot ongeveer 0%, waardoor de autoclaaf wordt omgevormd tot een oven met droge warmte. De energieoverdracht wordt verminderd, en wat in een autoclaaf bij 134°C drie minuten duurt bij 160°C twee uur en bij 180°C dertig minuten!